Nieuwsbrief maart 2020

De psychologie van het meten

Meten is weten is een gevleugelde en veel gebruikte uitspraak.
En niet onterecht. Pas als je iets meet kun je gaan vergelijken en uitspraken doen of iets bijvoorbeeld groter of kleiner is.
Lastiger wordt het als je de psychologisch effecten van meten gaat bezien. 

Vandaag de dag speelt dat bijvoorbeeld bij het corona virus.
We worden dagelijks voorzien van metingen over het aantal corona besmettingen over de hele wereld en inmiddels ook in Nederland. En deze aantallen stijgen en breiden zich uit naar steeds meer landen.
Wat is het effect van deze metingen op mensen die deze cijfers zien? Dit leidt tot angst en soms zelfs tot paniek. Mensen beginnen mogelijke dragers te mijden en te discrimineren, ze gaan hamsteren en mondkapjes en ibuprofen kopen.

Een ander hedendaags voorbeeld is de enorme populariteit van de Fitbit, het horloge waar je alles mee kunt meten. Je kunt je hartslag volgen, hoe je hebt geslapen, hoeveel calorieën je hebt verbruikt etc.
Wat is het effect van deze metingen: je gaat je meer zorgen maken. Heb ik wel voldoende stappen gezet vandaag, ik heb weinig REM slaap gehad vannacht, zou ik me daarom zo moe voelen?

Leiden deze objectieve metingen tot rationele objectieve keuzes? Nee, vaak niet.

Hetzelfde risico lopen we bij het meten van psychologische kenmerken.
Wat is het psychologische effect van metingen van psychologische kenmerken?
Stel ik doe een online persoonlijkheidstest en de meting laat zien dat mijn doorzettingsvermogen laag is. Helpt mij dit dan in mijn werk of bij mijn keuzes? Nee, vermoedelijk niet, het zal me vooral een negatief gevoel geven.

Wat kunnen we concluderen?
Metingen en cijfers zijn in eerste instantie psychologisch aantrekkelijk, geven een gevoel van controle, maar zijn behoorlijk risicovol zonder context en deskundige interpretatie.
De komende tijd zullen er nog veel metingen in de media voorbij komen. Maar ook in de dagelijkse praktijk, op de werkvloer en bij opleidingsinstituten gaat het meten door.

Dus wat hebben we nodig zodat objectieve metingen wel tot rationele objectieve keuzes leiden: meer aandacht voor de psychologie van het meten. Met een heldere communicatie over wat er wordt gemeten en wat dat wil zeggen. Anders leidt meten tot onrust en veel minder tot weten.

Remko van den Berg
directeur NOA