Decentrale selectie

Decentrale selectie

Binnen het hoger onderwijs zien wij steeds vaker dat opleidingen een numerus fixus instellen en een procedure voor decentrale selectie opzetten. Met de decentrale selectie kunnen opleidingen (een gedeelte van) de beschikbare plaatsen zelf vergeven. Bij sommige opleidingen wordt er voor 100% decentraal geselecteerd; dit betekent dat (bijna) alle aankomende studenten door de opleiding worden geselecteerd. Uitzondering zijn de studenten die aan bepaalde voorwaarden voldoen waardoor zij direct geplaatst kunnen worden. Bij andere opleidingen wordt een deel van de beschikbare plaatsen zelf vergeven aan de hand van decentrale selectie en wordt het andere deel centraal geselecteerd door middel van loting.    

Wat kan NOA bieden?

Ons assessmentinstrumentarium (digitale tests en toetsen) is goed inzetbaar bij Decentrale selectie  procedures. NOA adviseert verschillende opleidingen bij de keuze voor de inhoud van de decentrale selectie en bij de weging van de ingezette onderdelen. Naast de digitale instrumenten van NOA wordt vaak door opleidingen ook een inhoudelijke toets ingezet. Deze wordt door de opleiding (in samenwerking met NOA) ontwikkeld. De inhoudelijke toets kan ingebouwd worden in het NOA-online systeem waardoor deze ook digitaal af te nemen is. Aan het einde van de selectieprocedure wordt door NOA een lijst aangeleverd met een studentenrangordening. Deze rangordelijst wordt door de opleiding aan DUO overhandigd.

De inhoud van decentrale selectie is per opleiding verschillend. Opleidingen bepalen zelf welke criteria belangrijk zijn. In de meeste gevallen maken de onderdelen ‘cognitieve capaciteiten’, ‘motivatie’ en ‘persoonlijkheid’ onderdeel uit van de decentrale selectie. Deze onderdelen kunnen worden aangevuld met een of meerdere onderdelen zoals een taaltoets Nederlands of Engels, een inhoudelijke toets, een casus of een interview.

Decentrale selectie bij Fysiotherapie uitgelicht

De opleiding Fysiotherapie van de Hogeschool van Amsterdam heeft een aantal jaar geleden een decentrale selectie ingevoerd. In eerste instantie ging het nog om een deel van de studenten dat geselecteerd werd, inmiddels wordt sinds dit jaar door de opleiding 100% decentraal geselecteerd. 

 

Een goede testkeuze is essentieel voor een eerlijke selectie

 

Wij stelden Jesse Aarden, programmamanager van de opleiding Fysiotherapie, en Edwin van den Akker, projectleider vanuit NOA, een aantal vragen over de inhoud en procedure van de decentrale selectie.

Jesse Aarden geeft aan dat bijna alle opleidingen Fysiotherapie in Nederland decentrale selectie toepassen. Fysiotherapie is een populaire studie en is al jaren overschreven. Door decentrale selectie tracht de opleiding de juiste studenten te selecteren. De opleiding had in het verleden een grote groep studenten die via centrale loting binnenkwam en zonder studiepunten stopte met de studie. De opleiding hoopt dat deze uitval met decentrale selectie gaat verminderen.

De decentrale selectie bij Fysiotherapie, Hogeschool van Amsterdam, bestaat uit een aantal subtests van de door NOA ontwikkelde digitale cognitieve capaciteitentest (MCT-H) en een door de opleiding ontwikkelde kennistoets die door de opleiding handmatig wordt nagekeken. Daarnaast krijgt elke kandidaat twee mini interviews met twee verschillende docenten, de zogenaamde MMI’s (Multiple Mini Interview). Elk interview duurt 8 minuten. Aan de hand van het interview worden onder andere motivatie, beroepsbeeld en een aantal competenties beoordeeld. NOA heeft voor de opleiding een interviewprotocol en beoordelingsschalen ontwikkeld. Daarnaast zijn de docenten door NOA getraind in het voeren van het criterium gericht interview en het beoordelen van de interviews.

Er worden twee selectiedagen georganiseerd waarbij docenten, medewerkers van de opleiding en ouderejaars studenten worden ingezet. Per selectiedag zijn er ongeveer 200 kandidaten aanwezig die alle onderdelen: het digitale assessment, de inhoudelijke toets en de twee korte interviews, moeten doorlopen. Dit vergt een strakke organisatie en logistiek.   

Ouderejaars studenten zijn aanwezig om de kandidaten te begeleiden en zijn aanspreekpunt bij vragen. Op een selectiedag krijgen de kandidaten een beeld van de studenten, de docenten en het onderwijs.

Jesse Aarden geeft aan dat de selectiedag door de kandidaten redelijk positief doch soms wat stressvol wordt ervaren.  

Wat levert de decentrale selectie op?

Bij de instroom van 2013-2014 was er bij de opleiding Fysiotherapie van de Hogeschool van Amsterdam nog sprake van een gedeeltelijke decentrale selectie. NOA heeft de studieprestaties van studenten die decentraal zijn geselecteerd vergeleken met die van studenten die middels centrale loting zijn geplaatst. De centraal ingelote studenten zijn deels studenten die decentraal zi jn afgewezen en deels studenten die niet meegedaan hebben aan de decentrale selectie.  

De resultaten laten zien dat de decentraal geselecteerde groep het beter doet dan de centraal ingelote groep en de decentraal afgewezen groep. Dit geldt zowel voor het aantal behaalde studiepunten als voor het gemiddelde cijfer. Daarnaast laten de resultaten zien dat de decentraal geselecteerde groep minder uitvalt dan de centraal ingelote groep en de decentraal geselecteerde groep minder uitvalt dan de decentraal afgewezen groep.

De rangordening lijkt ook samen te hangen met studiesucces. Een lager rangordenummer (een betere positie op de rangordening) hangt samen met hogere gemiddelde cijfers en een hoger aantal studiepunten.