Nieuwsbrief Juni 2018

Vluchtelingenproblematiek - bezoek Irak

Onlangs hebben een collega, Frans van der Pluijm, en ikzelf met een delegatie van verschillende organisaties een bezoek gebracht aan Koerdistan in Noord Irak. Doel van het bezoek was meer inzicht te krijgen in de vluchtelingenproblematiek door onder meer vluchtelingenkampen te bezoeken. Daarnaast wilden we onderzoeken of ons assessment voor vluchtelingen (PPS-V, Arabische versie) mogelijk ook daar gebruikt zou kunnen worden om bijvoorbeeld te screenen op traumatiseringsproblematiek.

Een erg indrukwekkende reis, om van dichtbij mee te maken hoe men daar vluchtelingen opvangt en om te ervaren hoe complex de Midden-Oosten problematiek is. We hebben bijvoorbeeld gesproken met de burgemeester van Duhok, een stad van inmiddels 1.7 miljoen inwoners, waarvan 700.000 (!) vluchtelingen. Hoe de stad, inmiddels drie jaar geleden, bijvoorbeeld 400.000 Yezidi vluchtelingen heeft opgevangen. Massaal werden scholen, moskeeën en hotels opengesteld om vluchtelingen op te vangen.

De enorme toestroom heeft ook gezorgd voor een sterke stijging van bijvoorbeeld de bouwactiviteiten. De vluchtelingen creëren zo eigen economische groei.

We hebben zelf een vluchtelingententenkamp met 18.000 Yezidi vluchtelingen bezocht, waar vluchtelingen al drie jaar verblijven. Hoewel de omstandigheden verre van ideaal zijn (o.a. gemeenschappelijke toiletten en douches) is de organisatie goed en kunnen vluchtelingen zonder problemen aan het werk, vanuit de vluchtelingenkampen werkt men in de stad of op het land.

Een groot probleem is de terugkeer van de vluchtelingen naar de gebieden waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Veel is verwoest (Mosul, Sinjar, Syrië) en de heropbouw gaat zeer langzaam. Daarnaast werken religieus-politieke belangen terugkeer soms tegen, en is IS officieel wel verslagen, maar ondergronds nog steeds actief.

De opvang van vluchtelingen richt zich vooral op de primaire levensbehoeften (onderdak, voedsel, gezondheid en onderwijs voor kinderen), maar er is weinig of geen aandacht voor de emotionele problematiek en trauma’s die zijn ontstaan. Denk alleen al aan de drie miljoen weeskinderen in Irak. In Erbil vroeg men hulp bij de opvang van 1.800 IS weeskinderen in de leeftijd 0-6 jaar. We onderzoeken nu of we daar hulpprogramma’s op het gebied van traumatisering kunnen initiëren door contact te leggen met organisaties in Nederland, maar ook internationale organisaties. Mogelijk dat hierbij ons assessment als screeningsinstrument een rol kan spelen.

Opvallend was voorts dat men de vluchtelingen in eigen regio wil opvangen en tegen opvang in Europa is. Veel belangrijker vindt men steun bij problemen op het gebied van bijvoorbeeld (geestelijke) gezondheid en onderwijs. Maar ook (politieke) steun voor een oplossing van de problemen in Irak, waarbij Sjiieten, Soennieten, Christenen en Koerden verschillende belangen hebben en een oplossing wordt bemoeilijkt en tegengewerkt door de internationale belangen van bijvoorbeeld Iran, Turkije en de Verenigde Staten.

Deze reis heeft ervoor gezorgd dat ik een ander beeld heb gekregen van de situatie in Irak, maar ook van de vluchtelingenproblematiek in breder verband. Opvang en steun in de regio is essentieel, maar zonder een reëel perspectief op terugkeer wordt verblijf in tenten uiteindelijk ondragelijk. Dus steun bij opvang in de regio is een wassen neus, wanneer we tegelijkertijd niets doen aan de conflictsituatie en, erger nog, deze vaak juist in stand houden.

Voor NOA betekent de reis dat we interessante nieuwe contacten hebben kunnen leggen en dat er wellicht mogelijkheden zijn om ons assessment nuttig te kunnen gebruiken in gebieden waar de nood hoog is.

Remko van den Berg, directeur NOA