Het leren van een nieuwe taal als vluchteling

Het leren van een nieuwe taal als vluchteling

Dan Asfar en collega’s hebben in 2019 een wetenschappelijk artikel gepubliceerd in een speciale uitgave van The European Journal of Social Psychology. Hierin onderzochten zij welke individuele eigenschappen samenhangen met de Nederlandse taalbeheersing van vluchtelingen. In januari 2020 is hier een verkort artikel over verschenen in Charachter & Context, een Amerikaanse blog. Hieronder lees je een Nederlandse vertaling van dit artikel.

Medio december 2019 heeft het aantal internationale migranten wereldwijd een mijlpaal bereikt van 272 miljoen. Voor al deze migranten is het leren van de lokale taal vaak een eerste essentiële stap naar zelfredzaamheid en sociale en economische bloei. Het vloeiend leren spreken van de lokaalgesproken taal vergroot de kans op het krijgen van een baan en het integreren in de nieuwe samenleving.

Het blijkt dat er grote verschillen zijn in hoe effectief migranten de lokale taal leren. Dit betekent dat inzichten in hoe en waarom migranten een nieuwe taal leren cruciaal zijn om hen te helpen met het beheersen van de taal. Ons onderzoek heeft deze kwestie onder de loep genomen met data van een grote steekproef van volwassen Syrische en Eritrese vluchtelingen die in Nederland verblijven.

In lijn met eerder onderzoek vonden we dat intelligentie de beste voorspeller is voor het leren van de Nederlandse taal. Dit is niet onverwachts, aangezien veel eerdere studies hebben aangetoond dat intelligentie een belangrijke eigenschap is voor kenniswerving en vaardigheden in de context van studie en werk.

Maar we onderzochten ook sociale, emotionele en motivationele voorspellers van het leren van de Nederlandse taal. Psychisch welbevinden, bijvoorbeeld, werd bepaald met vragen over de psychische problematiek in de afgelopen maand. We vonden dat meer psychologische problemen negatief geassocieerd zijn met Nederlandse taalvaardigheid. Een goede mentale gesteldheid biedt mogelijk vertrouwen en motivatie om een nieuwe taal te leren. Daarnaast vonden we dat vluchtelingen die aangeven meer gemotiveerd te zijn om te werken een betere Nederlandse taalbeheersing hebben. Een goede taalbeheersing helpt met het vinden van een baan, en werkmotivatie helpt met het leren van de taal.

Leeftijd bij aankomst in Nederland en opleidingsniveau zijn ook gelinkt aan taalverwerving. Jongvolwassen vluchtelingen leren de Nederlandse taal sneller dan oudere vluchtelingen. Het is alleen onduidelijk of dit komt door verschillen in vaardigheid of motivatie. Oudere vluchtelingen zijn misschien minder goed in het leren van een nieuwe taal, maar het kan ook zijn dat zij de kosteneffectiviteit van het leren van een nieuwe taal lager inschatten. Is het bijvoorbeeld de moeite waard om goed een nieuwe taal te leren op je 60e leeftijd? Tot slot leren vluchtelingen met een hoger opleidingsniveau in het land van herkomst vaak sneller de Nederlandse taal.

Hoewel wetten en het beleid in een land invloed kunnen hebben op het gemak waarmee vluchtelingen de lokale taal leren, spelen individuele kenmerken en psychologische eigenschappen van een persoon ook een rol. Gebaseerd op de huidige bevindingen adviseren we Gemeenten om rekening te houden met de situatie van vluchtelingen en de variabelen die hierboven zijn benoemd.

Ten eerste raden we aan om intensievere en langere taalcursussen aan te bieden voor vluchtelingen die ouder en lager opgeleid zijn en die laag scoren op intelligentietests. Ten tweede is het bevorderen van de psychische gezondheid, en dan met name door het ondersteunen bij traumatisering en depressie, belangrijk voor een aanzienlijke groep vluchtelingen. Ten derde zouden vluchtelingen goede hulp moeten krijgen bij het vinden van een baan. Deze interventies kunnen het verschil maken tussen een goede toekomst en een lange worsteling met de integratie.