SMART Stappenplan

In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe voor verschillende competenties SMART doelen gesteld kunnen worden.

S=Specifiek, M=Meetbaar, A=Acceptabel, R=Resultaatgericht, T=Tijdgericht

SMART

Competentie

Ondersteunende vragen

Tips voor het ontwikkelen

Specifiek

Schriftelijk communiceren

Wat zou je concreet willen bereiken met schriftelijk communiceren?

Welk resultaat wil je behalen

Wat wil je bereiken met schriftelijk communiceren?

Let op je zinsconstructies en vermijd bijzinnen.

Gebruik in een tekst voorbeelden om iets te verduidelijken.

Breng een overzichtelijke structuur aan (bijvoorbeeld: inleiding, uitwerking en conclusie).

Lees de teksten van ander studenten door. Wat vind je goede en minder goede teksten en waarom?

Vraag feedback op de schrijfstijl in je studieopdracht.

Meetbaar

Initiatief nemen

Hoe vaak zou je de competentie op bovenstaande manier beheerst moeten hebben voordat je je doel hebt bereikt?

Hoe is initiatief nemen voor jou te meten?

Ga na wat je weerhoudt om initiatieven te nemen en wat jou zou stimuleren om meer initiatieven te nemen.

Houd per week bij welke initiatieven je hebt genomen. Probeer deze 'score' te verhogen.

Stel concrete doelen die voldoende uitdaging bevatten en die tevens haalbaar zijn.

Wacht niet af, maar zoek zelf kansen en mogelijkheden op.

Breng punten in bij werkgroepen of studiegroepen.

Acceptabel

Nauwkeurigheid

Is op deze manier nauwkeurig werken uitdagend genoeg voor je?

Denk je dat dit doel goed te bereiken is?

Maak een lijst van alles wat je moet doen voor een studieopdracht en maak deze één voor één af.

Concentreer je op één taak tegelijk en maak deze taak af voordat je met een nieuwe taak begint.

Houd je agenda en planningen bij.

Ruim studiemateriaal overzichtelijk op, zodat je het altijd snel kunt terugvinden.

Controleer je eigen werk op fouten. Plan hiervoor tijd in.

Resultaat-gericht

Reflecteren

Op welke manier is reflecteren van belang voor je studiesucces?

Hoe kan reflecteren je helpen bij je studieopdrachten?

Denk na welke eigenschappen je verder zou willen ontwikkelen voor je studie en op welke manier je dat zou kunnen doen.

Beschrijf een situatie tijdens de studie, die je nu anders zou aanpakken.

Vraag anderen regelmatig om feedback over je bijdrage aan studieopdrachten.

Als iemand je feedback geeft, toon waardering voor degene die de feedback geeft en vraag naar concrete voorbeelden.

Wees reëel in hoe je jezelf ziet. Iedereen heeft goede en minder goede kanten.

Tijdgericht

Plannen en organiseren

 

Binnen welke termijn wil je de doelen over plannen en organiseren gerealiseerd hebben?

Hoe wil je tussentijds controleren hoe de voortgang is?

Noteer deadlines en geef in een tijdschema aan wie binnen de studiegroep welke taak uitvoert.

Bekijk tussentijds met je groepsgenoten of de voortgang van de studieopdracht gelijk loopt met de planning.

Neem aan het begin van de dag door wat je wilt doen. Zet alle activiteiten onder elkaar en stel prioriteiten.

Streep een activiteit door (in je planning) zodra je deze hebt gedaan. Zet wat niet gedaan is op de lijst voor de volgende dag.

Plan vaste tijden om je mail te bekijken. Noteer ook de activiteiten die al vastliggen: colleges, werkgroepen, tentamenperiodes.

Houd in je planning ruimte voor onverwachte zaken.