STARR vragen stellen

De STARR-techniek is een interview methode om specifieke gedragskwaliteiten van iemand in beeld te brengen. Deze techniek sluit aan bij fase 1 van de coachingscirkel. Centraal staat het vragen naar voorbeelden van concreet handelen van de geïnterviewde in een relevante situatie in het verleden. STARR is uitermate geschikt voor het uitvragen van competenties.

De letters STARR staan voor Situatie, Taak, Actie, Resultaat en Reflectie. Wanneer, bijvoorbeeld, zelfreflectie een doel van het gesprek is, dan kunnen de volgende vragen gesteld worden:

Situatie:

“Beschrijf een voorbeeld van een situatie waarin je een bepaalde competentie hebt laten zien. Wat gebeurde er precies?”

Taak:

“Wat was jouw rol in deze situatie? Wat werd er van je verwacht?”

Actie:

“Wat deed je precies? Waarom juist dat en niet iets anders?”

Resultaat:

“Wat was het resultaat van je actie?”

Reflectie:

“Wat vond je ervan? Zou je dat weer zo doen? Is dit gedrag typerend voor jou?”

Basisregels STARR

  • Twee voorbeelden zeggen meer dan één. Dus bij voorkeur minimaal 2 STARR’s per gedragskenmerk.
  • Een recent voorbeeld zegt meer dan een situatie van 10 jaar geleden.
  • Een voorbeeld uit een school- of arbeidssituatie zegt meer over toekomstig gedrag in de opleiding dan een voorbeeld uit andere situaties.
  • Vraag naar positieve en negatieve STARR’s: vraag naar het tegendeel, een situatie waarin het niet lukte.
  • Maak de STARR’s goed af. Vaak wordt vergeten te vragen naar resultaat.
  • Als de mensen zelf helemaal niet met een situatie komen, bied dan situaties aan en vraag of men dat wel eens meegemaakt heeft.

Onderstaand schema biedt een goede ondersteuning bij de STARR-techniek. Gebruik het om aantekeningen te maken tijdens een gesprek. Pas als alle vlakken gevuld zijn, is de STARR compleet.

 1.   Situatie

 

 

2.   Taak

4.   Resultaat

 

 

3.   Actie 

5.   Reflectie

 

 

 

Voorbeelden om volgens het STARR model competenties uit te vragen.

 

STARR

Vraag

Competentie

Competentie specifieke vraag

Situatie

Kan je een recente gebeurtenis beschrijven?

Wat gebeurde er precies?

Welke en wat voor mensen waren aanwezig?

Analyseren

Wat was een situatie waarin je de competentie analyseren moest laten zien?

Kan je een voorbeeld geven van de laatste keer dat je iets moest analyseren?

Taak of doel

Wat was jouw rol in deze situatie?

Wat werd er van je verwacht?

Hoe verantwoordelijk voelde je je voor het resultaat?

 

Initiatief nemen

Wat was de taak waar initiatief nemen voor nodig was

Welk doel had je met het initiatief nemen?

Hoe leuk vind je initiatief nemen?

Actie

Wat deed je precies? Waarom juist dat en niet iets anders?

Welke obstakels kwam je tegen tijdens de uitvoering hiervan?

Wat heb je hier vervolgens mee gedaan?

 

Nauwkeurigheid

Hoe ging het nauwkeurig werken precies?

Heb je alles volgens plan gedaan en verwerkt?

Is alles gecontroleerd, ook de routinetaken?

 

 

Resultaat

Wat was het resultaat van de actie?

Ging het zoals verwacht?

Reflecteren

Wat was het resultaat van het reflecteren?

Heeft het reflecteren geleid tot het gewenste resultaat?

Reflectie

Wat vond je ervan?

Zou je dat weer zo doen?

Is dit gedrag typerend voor jou?

Wat zou je in de toekomst anders doen?

Heb je een idee hoe dat komt?

Plannen en organiseren

 

Wat zou je in de toekomst anders doen met betrekking tot plannen en organiseren?

Wat heb je geleerd over plannen en organiseren?