Doel van de persoonlijkheidstest is een helder beeld vormen van de persoonlijke eigenschappen van een kandidaat. Dit gebeurt aan de hand van zes brede persoonlijkheidsdimensies met 18 onderliggende persoonlijkheidsaspecten.
Deze persoonlijkheidseigenschappen liggen aan de basis van competenties en bepalen in welke mate competenties kunnen worden ontwikkeld. In de rapportage wordt daarom aangegeven in hoeverre de persoonlijkheid van een persoon de ontwikkeling van een, voor het werk belangrijke, competentie ondersteunt. Ook worden hierbij tips voor de ontwikkeling van de competentie gegeven.
Hieronder vind je de zes persoonlijkheidsdimensies en schalen:
A. Kalm en stabiel (Emotionele stabiliteit)
Hoe reageert iemand wanneer iets misgaat, hoe zeker is iemand van zichzelf en hoe snel maakt iemand zich zorgen?
A1 Kalm
A2 Zelfverzekerd
A3 Zonder zorgen
B. Precies en doelgericht (Consciëntieusheid)
Hoe komt iemand tot een beslissing, hoe precies en georganiseerd werkt iemand en hoe prestatiegericht is iemand?
B1 Vooraf nadenken
B2 Georganiseerd
B3 Veel willen bereiken
C. Op anderen gericht (Extraversie)
Hoe gemakkelijk neemt iemand het initiatief, komt iemand voor zichzelf op en maakt iemand contact?
C1 Actief
C2 Voor uzelf opkomen
C3 Sociaal
D. Vriendelijk (Vriendelijkheid)
Hoe graag wil iemand anderen helpen, in welke mate houdt iemand rekening met de wensen en gevoelens van anderen en vertrouwt en accepteert iemand anderen?
D1 Anderen helpen
D2 Aardig voor anderen
D3 Anderen accepteren
E. Openstaan voor nieuwe dingen (Openheid)
Hoe gemakkelijk komt iemand met creatieve oplossingen, hoe leergierig is iemand en hoe belangrijk zijn afwisseling en nieuwe ervaringen voor iemand?
E1 Nieuwe dingen bedenken
E2 Dingen willen weten
E3 Spannende dingen doen
F. Op eigenbelang gericht (Integriteit)
Hoe gericht is iemand op het behalen van eigen voordeel, hoe consistent en direct gedraagt iemand zich in verschillende situaties en hoeveel waarde hecht iemand aan het indruk maken op anderen op basis van geld, status en luxe?
F1 Eigen voordeel
F2 Anders voordoen
F3 Indruk maken