Cookies

We helpen u graag zo goed mogelijk en gebruiken daarvoor cookies. Stel ze hieronder in. Lees meer in onze cookieverklaring.

[1]
[1]

Het project: Social return in de bouw met ECCE

“Een bedrijf waar je graag voor wil werken”, zegt Nadia Kaniuk, projectleider bij NOA, “En al helemaal bij een inspirerend project als dit!” Afgelopen zomer werd NOA door de oprichters van ECCE gevraagd om mee te denken over social return projecten in de bouw. Hoe zorg je ervoor dat investeringen in bouwprojecten niet alleen rendement opleveren maar ook concrete sociale winst? Nadia dacht vanuit NOA mee over selectiemethoden en selectiecriteria.

Social return wil zeggen dat investeringen door een gemeente of de landelijke overheid ook een sociale doelstelling krijgen. Bijvoorbeeld het inzetten van mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Zij kunnen zo werkervaring opdoen en betere kansen opbouwen voor de toekomst. Zo’n social return afspraak wordt meestal vastgelegd bij de aanbesteding van het werk, maar voor de bedrijven die willen inschrijven is het vaak onbekend terrein, ze missen de expertise die ervoor nodig is. Om ze te ondersteunen en te zorgen dat ze op tijd hun voorstellen kunnen indienen is ECCE opgericht.

De initiatiefnemers van ECCE weten waar ze over praten. Arjen Ravesloot is directeur van een detacheringsbedrijf in de bouw, ook Wout Hagen heeft een lang bouwverleden. Samen besloten ze te starten met ECCE om de social return trajecten voor bedrijven te organiseren. ECCE betekent ‘zie de mens’. En dat is juist wat zo belangrijk is bij het selecteren en plaatsen van personeel: echte mensen zien, voorbij hun achtergrond, huidskleur, leeftijd en hun CV. ECCE richt zich daarbij vooral op de inzet van statushouders en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. De eerste twee jaar worden die gedetacheerd via ECCE. Ze volgen dan een leertraject en worden op alle vlakken intensief begeleid. Daarna komen ze in vaste dienst bij het betreffende bedrijf.

NOA is vanaf het begin bij het project betrokken. “Dat is het mooist”, zegt Nadia Kaniuk, “als je vanaf de start kun meedenken”. Het begon met nadenken over de eisen waaraan de deelnemers zouden moeten voldoen. Welke criteria zijn belangrijk en hoe test je die? Ook werd nagedacht over partners die zouden kunnen ondersteunen op het gebied van taal en vakmanschap. Zo ontstond een samenwerking met Taalschool TCM voor de taallessen en SOMA Bedrijfsopleidingen voor de opleiding van de mensen in de bouw. “Het mooie aan NOA, TCM Taalschool en SOMA Bedrijfsopleidingen is dat we alle drie maatwerk kunnen leveren”, zegt Nadia Kaniuk. “Om dat goed in te kunnen vullen moesten we eerst informatie met elkaar delen. En daarna samen bepalen wat de toelatingscriteria voor de kandidaten moesten zijn. Om succesvol te kunnen deelnemen aan het traject kwamen we tot twee harde eisen: Het taalniveau moet minimaal Nederlands B1 zijn en het denkniveau minimaal MBO 2. De daarvoor benodigde trainingen bieden onze partners aan want Taalschool TCM heeft een maatwerktraject voor Nederlands B1 en SOMA Bedrijfsopleidingen een maatwerkopleiding voor mensen in de bouw. NOA is daarbij verantwoordelijk voor het assessment van de deelnemers, afgestemd op de beoogde functie.”

Nadia: “In die eerste fase was het vooral heel veel overleggen met elkaar en met elkaar meedenken over mogelijkheden en mogelijke obstakels. Dat was zeker geen straf en vooral de betrokkenheid van de twee oprichters was enorm inspirerend. Ik heb het als heel bijzonder ervaren om na het meedenken over het project nu voor de eerste groep deelnemers te kunnen staan om het assessment af te nemen. Dat was een mooi maar ook wel spannend moment.”

Bij het assessment maakt NOA gebruik van het assessment OpWeg! “Dat is speciaal ontwikkeld om een beeld te vormen van belemmeringen en kansen bij het vinden van werk door uitkeringsgerechtigden en statushouders”, zegt Nadia. “Voor dit project hebben we het ingekort en ingericht op de informatie die relevant is voor deze deelnemers en hun functies. We kijken daarbij onder andere naar leerbaarheid, denkvermogen, opdrachten kunnen opvolgen en geven, inschatten van veiligheid, persoonlijke competenties en communicatieve vaardigheden. Maar we letten ook op eventuele belemmerende factoren die invloed kunnen hebben op het welbevinden van de kandidaat en dus op de kans op succes, zoals bijvoorbeeld financiële problemen.”

Bijzonder is dat de mannen van ECCE meteen hebben gezegd dat ze geschikte kandidaten willen ondersteunen bij financiële problemen. ECCE treft dan een gepaste regeling, zodat de deelnemers niet hoeven te piekeren over geld maar echt kunnen focussen op hun leertraject. Social return is tenslotte gericht op professionalisering van de deelnemers, mensen weer een plek geven in de maatschappij.

Het eerste project van ECCE en NOA was een social return programma van bouwbedrijf Van Gelder Groep. Het bedrijf heeft daarvoor de Van Gelderschool ingericht, een opleidingstraject met een leerruimte op eigen terrein en met eigen vakmensen die de opleiding verzorgen.
De deelnemers gaan de eerste drie maanden fulltime naar de Van Gelderschool, daarin halen ze hun veiligheidscertificaat en leren ze inhoudelijk wat het werk inhoudt. Na die periode volgt een verdere opleiding waarin ze tegelijkertijd gaan werken. Nadia: “Een hoogtepunt was het begeleiden van de eerste groep tijdens het assessment, dat was een half jaar na het eerste gesprek met ECCE. Dan weet je deze jongens gaan het echt doen. Bijzonder is dat nu pas alle handtekeningen zijn gezet, maar iedereen ondertussen hard werkte aan het opzetten van het project. Je werkt dan op vertrouwen en ik vind dat een mooi gegeven, zoveel commitment. Onderdeel zijn van iets wat grote impact heeft op het leven van andere mensen, veel betekenen voor mensen, dat geeft een bijzonder gevoel. Ik word er blij van als ik een positieve bijdrage kan leveren aan het leven van anderen.”