Van wendbaarheid meten tot de weg naar werk

Kun je wendbaarheid meten zonder iemand rechtstreeks te vragen hoe wendbaar hij of zij is? En maakt het uit waar een statushouder woont voor zijn of haar kansen op de arbeidsmarkt? Twee onderzoeken binnen NOA waar Nathan Kaye in zijn promotieonderzoek antwoorden op zoekt. Onderzoeken die niet alleen interessant zijn vanuit wetenschappelijk oogpunt, maar uiteindelijk ook praktische betekenis kunnen hebben voor assessments, begeleiding en de arbeidsmarkt.

Wendbaarheid: meten wat iemand dóét

De arbeidsmarkt verandert voortdurend. Functies veranderen, organisaties veranderen en van werknemers wordt steeds vaker verwacht dat zij zich kunnen aanpassen. Wendbaarheid is dan ook een interessante eigenschap om te meten.

Maar hoe doe je dat betrouwbaar? Nathan werkt aan een nieuwe manier om wendbaarheid in kaart te brengen. In plaats van rechtstreeks te vragen “Hoe wendbaar ben je?”, krijgen deelnemers korte situaties of verhaaltjes voorgelegd. Aan de hand van hun reactie op die situaties wordt geprobeerd iets te zeggen over hun mate van wendbaarheid. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar achter deze aanpak zit een belangrijke gedachte. Bij traditionele assessments kunnen mensen – soms onbewust – sociaal wenselijke antwoorden geven. Dat kan vooral een rol spelen bij mensen die vanuit hun culturele achtergrond gewend zijn om vragen op een bepaalde manier te beantwoorden. Door niet rechtstreeks naar een eigenschap te vragen, maar gedrag in verschillende situaties te onderzoeken, wordt gekeken of je wendbaarheid op een meer indirecte manier betrouwbaar kunt meten.

Van 94 items naar de beste vragen

Het onderzoek heeft inmiddels twee rondes doorlopen. In de eerste ronde werden 94 verschillende situaties en items voorgelegd aan een groep van ongeveer 300 deelnemers. Vervolgens is onderzocht welke items het beste onderscheid maakten tussen verschillende niveaus van wendbaarheid. Daarbij kwam een interessant resultaat naar voren. Situaties waarin heel duidelijk sprake was van wendbaar gedrag bleken niet automatisch het beste te werken. Nathan: “Dat is eigenlijk logisch: als vrijwel iedereen een bepaald gedrag onmiddellijk herkent als ‘wendbaar’, wordt het lastig om mensen op basis van hun antwoorden van elkaar te onderscheiden.” De volgende stap is daarom om te onderzoeken welke situaties wél goed inzicht geven in individuele verschillen in wendbaarheid.

Van onderzoek naar werkvloer

De belangstelling voor deze manier van meten komt niet uit het niets. Eerder werd binnen NOA al onderzoek gedaan naar een vergelijkbare manier om integriteit te meten. Wendbaarheid is echter een ander soort construct: het gaat niet alleen om persoonlijkheid, maar ook om houding en gedrag. Juist daarom is wendbaarheid interessant voor de arbeidsmarkt. Het is een meer toegepast begrip dat concrete handvatten kan bieden voor de vraag wat iemand in een werkomgeving nodig heeft. Of de nieuwe manier van meten daadwerkelijk werkt, is nog niet definitief vastgesteld. Daarvoor loopt momenteel een nieuwe onderzoeksronde. Daarin wordt onderzocht in hoeverre de test daadwerkelijke prestaties op het werk kan voorspellen. De resultaten daarvan zijn nog niet bekend. Als blijkt dat de test werkprestaties inderdaad kan voorspellen, is dat een belangrijke stap richting een assessment dat in de praktijk waarde kan hebben.

Waar je woont, maakt dat uit?

Het tweede onderzoek kijkt naar een heel ander onderwerp: de integratie van statushouders in Nederland. Centraal staat de vraag welke invloed de woonomgeving heeft op verschillende aspecten van hun integratie. Een belangrijke nuance: het onderzoek kijkt niet rechtstreeks naar de vraag of iemand daadwerkelijk werk heeft gevonden. De beschikbare gegevens geven daar geen direct antwoord op. Wel wordt gekeken naar werkzoekintentie en werkzoekgedrag, psychologisch welzijn en Nederlandse taalvaardigheid. Bij werkzoekgedrag gaat het bijvoorbeeld om de vraag in hoeverre iemand actief bezig is met het zoeken naar werk en welke intentie iemand heeft om werk te vinden. Psychologisch welzijn focust op negatieve symptomen zoals angst, depressie en vermoeidheid. Ook de beheersing van de Nederlandse taal speelt een rol in de mate waarin iemand kan meedoen op de werkvloer en zich kan redden in de Nederlandse samenleving.

Eerste resultaten

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de woonomgeving zeker invloed heeft op de drie bovengenoemde punten en daarmee het vinden van werk. Drie factoren die daarbij een rol spelen zijn: het percentage inwoners met een laag inkomen, het percentage inwoners met een niet westerse migratieachtergrond en de bereikbaarheid van openbaar vervoer. Deze uitkomsten hebben ook een politieke waarde. Zeker in het licht van de weerstand tegen de spreidingswet. Want uiteindelijk bepaalt de spreidingswet waar statushouders huisvesting krijgen. En gebeurt dit niet op basis van de beste uitkomst voor de statushouder, waar hij/zij de beste kans op integratie en een toekomst heeft. Wat ook voor de samenleving de beste uitkomst is.

Een bijzondere bron van data

Voor het onderzoek wordt gebruikgemaakt van een grote dataset met gegevens van ongeveer 4.500 Syrische statushouders, verzameld tussen 2016 en 2025. De gegevens zijn oorspronkelijk verzameld voor begeleiding en oriëntatie op onder meer de Nederlandse arbeidsmarkt, het onderwijssysteem en het dagelijks leven in Nederland. Niet als onderzoeksdata dus. Maar juist doordat er zoveel informatie is verzameld, biedt de dataset nu de mogelijkheid om nieuwe onderzoeksvragen te beantwoorden. Nathan: “De keuze om specifiek naar Syrische statushouders te kijken is bewust. Zij vormen een grote groep binnen de vluchtelingenpopulatie in Nederland. Tegelijkertijd is het belangrijk om voorzichtig te zijn met het generaliseren van de resultaten.” Vluchtelingen vormen geen homogene groep. Verschillen in achtergrond, cultuur en persoonlijke omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat patronen voor de ene groep anders zijn dan voor de andere.

Van onderzoek naar praktijk

Hoewel de twee onderzoeken inhoudelijk sterk van elkaar verschillen, hebben ze één belangrijke overeenkomst: ze zoeken naar kennis die uiteindelijk bruikbaar kan zijn in de praktijk. Een betrouwbare manier om wendbaarheid te meten kan helpen om beter te begrijpen wat iemand nodig heeft op de werkvloer. En onderzoek naar de invloed van de woonomgeving op werkzoekgedrag, welzijn en taalvaardigheid kan nieuwe inzichten opleveren voor de begeleiding van statushouders.

Daarmee raakt wetenschappelijk onderzoek direct aan de dagelijkse praktijk. 

Want hoe beter we begrijpen wat mensen helpt of belemmert, hoe beter we hen kunnen ondersteunen op weg naar werk.

01 oktober 2026

Nieuwsbrief

Vier keer per jaar nieuws en handige tips!

Tip: Accepteer eerst onze Google recaptcha cookies

ISO gecertificeerd

ISO 27001 TUV 2023